Joost van den Vondel door Hans Bogers

| 10 april 2017

Dat ik ooit nog eens een column zou schrijven met in gedachten de vrij bekende Nederlandse dichter Joost van den Vondel, nee dat heb ik nooit kunnen bevroeden. Maar dankzij onze eigen cultuurpaus Jan Toor, die samen met zijn Wil een feest gaf ter viering van hun 55 jarig huwelijksjubileum is het daar toch van gekomen. Het was een feest Wil en Jan meer dan waardig: Schitterende optredens van eerst de kinderen en kleinkinderen samen, die zichzelf begeleidend op piano en  saxofoon, een aangrijpende ode brachten aan hun  ouders en grootouders, daarna een tapdansende kleindochter, een andere kleindochter, die een prachtig ballet danste en tot slot een kleinzoon, die onbevangen een zelf geschreven gedicht voordroeg. Ook het Tjechische koor, de Gentlemen Singers, voorheen bekend als Boni Pueri ( met die merkwaardige beklemtoning) gaf acte de presence. Het was mooi en ik denk, dat Jan maar wat blij was, dat hij dit keer geen recensie hoefde te schrijven.

Een mensenleven lang getrouwd zijn, als dat niet vanzelf doet denken aan het gedicht  dat door Joost van den Vondel is geschreven in zijn Gijsbregt van Aemstel: “Waar werd oprechter trouw /dan tussen man en vrouw/ ter wereld ooit gevonden. Dat gedicht alleen al is voldoende om bij zo’n lange echtverbintenis te denken aan de eerste dichter des vaderlands. Maar er was meer die middag. Neem de tafelschikking bijvoorbeeld. Aan onze tafel zaten de verbeeldingen van Jans bestaan gezellig bij elkaar. Te beginnen bij Riet de Wild, die samen met hem ooit het duo Thomasvaer en Pieternel vormde bij de gemeentelijke nieuwjaarsbijeenkomsten in De Meenthe, of Peter en Linda Taylor uit Engeland, past rotary vrienden van Jan en Wil, die ik nog kende van mijn eigen grijze rotary tijd en ik zo nodig de halve marathon van the Isle of Sheppey  moest lopen. Of wat te denken van Hélène Derckx, onze kunstzinnige overbuurvrouw, die meedeed in mijn Waterwyck zwemclubje, terwijl Jan haar kende van de volksuniversiteit van Steenwijk.

Het was ja een onvergetelijk feest, al miste ik natuurlijk wel onze eigen Gerard Buisman, die zo met bewondering over Wil en Jan kon praten en met wie hij zo nadrukkelijk onderwijs en cultuur gemeenschappelijk had en natuurlijk niet te vergeten de Slos, de lokale radio omroep, die zoveel aan hen te danken

heeft. Een herinnering die mij weer deed denken aan een andere schrijver: Louis Couperus en zijn “Van oude mensen. De dingen, die voorbijgaan”.

Zeker we worden oud en alles gaat voorbij, maar wat en wie geweest zijn, hoe merkwaardig ook, dat blijft. Om daarmee maar te besluiten met het bijzondere lied van Bram Vermeulen, die ooit een steen heeft gelegd in een rivier op aarde en daarmee onze wereld voorgoed veranderde.

Label:

Categorie: Column