Kopwijzer in de kantlijn
Elke zaterdagochtend kun je in het RTV SLOS-radioprogramma Kopwijzer bijzondere en interessante gesprekken beluisteren over actuele, culturele of heel andere zaken die spelen in de gemeenten Steenwijkerland en Weststellingwerf. Dirk Brans beveelt je de uitzendingen van Kopwijzer van harte aan.
Een gemeenschap draait op mensen die opstaan
Sommige uitzendingen hebben niet één duidelijk thema. Dan gaat het ogenschijnlijk alle kanten op. Van een persoonlijke strijd tegen kanker naar kunst, van vrijwilligerswerk naar een jaarmarkt in Blokzijl.
Toch viel mij in deze aflevering van Kopwijzer juist op dat die onderwerpen meer met elkaar te maken hadden dan je op het eerste gehoor zou denken. Steeds weer ging het over mensen die niet afwachten, maar opstaan. Mensen die iets oppakken, iets voortzetten of iets mogelijk maken.
Een actie voortzetten terwijl je zelf nog herstelt
Het eerste gesprek maakte meteen indruk. Rina de Jaeger-Fleer vertelde openhartig over haar ziekte, de zware periode die daarop volgde en het herstel waarmee ze nog altijd bezig is.
Ze kreeg onverwacht te horen dat ze Burkitt had, een zeldzame en agressieve vorm van lymfeklierkanker. Uit haar verhaal bleek hoe heftig die periode moet zijn geweest. Niet alleen door de ziekte zelf, maar ook door alles wat een mens tijdens zo’n behandeling over zich heen krijgt. Toch zat daar niet alleen ellende in. Er zat ook veerkracht in.
Juist dat bleef hangen. Niet alleen dat iemand zoiets meemaakt, maar ook hoe iemand daarna weer een manier zoekt om vooruit te kijken. In haar geval zelfs door een actie voor KWF over te nemen: het inzamelen van dopjes, aluminium en koper voor kankeronderzoek. Dat vond ik misschien wel het meest bijzondere van dit gesprek.
Je zou kunnen denken: na zo’n periode mag je vooral met jezelf en je eigen herstel bezig zijn. En natuurlijk is dat ook zo. Maar juist dan besluiten om toch iets op te pakken dat voor anderen van waarde kan zijn, zegt veel over iemand. Het laat zien dat betrokkenheid niet altijd begint bij grote plannen. Soms begint het gewoon met zeggen: als niemand het doet, dan doen wij het.
Anders leren kijken
Daarna volgde een heel ander gesprek, met kunstenaar Enno Paulusma. Op het eerste gezicht een heel andere wereld, maar eigenlijk paste ook dit gesprek verrassend goed in dezelfde lijn. Want waar een kunstenaar misschien nog wel het meest toe in staat is, is mensen anders laten kijken.
Paulusma vertelde hoe hij al jong tekende, hoe hij gefascineerd raakte door wat anderen misschien juist ongemakkelijk of vreemd vinden, en hoe hij uiteindelijk zijn eigen realistische stijl ontwikkelde. Portretten, onderwaterlandschappen en zelfs een geschilderd aquarium op een keukenkastje: het kwam allemaal voorbij.
Wat me daarin trof, was niet alleen het vakmanschap, maar vooral de manier van kijken. Waar anderen een gewoon keukenkastje zien, ziet hij een mogelijkheid. Waar iemand anders een vis op de markt misschien alleen maar wat griezelig vindt, ziet hij iets boeiends. En waar veel mensen vooral naar de buitenkant kijken, probeert hij in een portret ook iets van de persoon zelf te vangen.
Ook dat is in zekere zin een vorm van opstaan. Niet door een actie op te zetten of een evenement te organiseren, maar door de wereld niet gedachteloos voorbij te laten gaan. Door aandachtig te kijken en daar iets van te maken dat je vervolgens met anderen deelt.
Vrijwilligers komen niet uit de lucht vallen
Dat meedoen en oppakken kwam daarna heel concreet terug in het gesprek met Marieke Pit over de vrijwilligersmarkt.
Vrijwilligerswerk klinkt soms als iets dat er gewoon is. Alsof verenigingen, zorginstellingen, culturele organisaties en maatschappelijke initiatieven vanzelf hun mensen wel vinden. Maar zo werkt het natuurlijk niet.
Achter al die organisaties zitten mensen die nieuwe vrijwilligers zoeken, begeleiden en proberen te behouden. En achter zo’n markt zit weer iemand die nadenkt over kramen, activiteiten, aanmeldingen, ijsjes, goodiebags en de vraag hoe je organisaties en inwoners met elkaar in contact brengt.
Dat klinkt misschien praktisch, en dat is het ook. Maar het laat wel iets belangrijks zien. Een gemeenschap blijft alleen levendig wanneer mensen bereid zijn om daar tijd en energie in te steken. Niet alleen als vrijwilliger zélf, maar ook door anderen enthousiast te maken. Voor jongeren met een maatschappelijke stage, voor mensen die met pensioen gaan, voor iedereen die opnieuw iets zinvols wil oppakken, kan zo’n markt een eerste stap zijn.
Vrijwilligerswerk begint zelden met grote idealen alleen. Vaak begint het met een gesprek, een kraam, een uitnodiging of iemand die zegt: kom eens kijken, misschien is dit iets voor jou.
In Blokzijl gebeurt het ook niet vanzelf
Aan het einde van de uitzending kwam dat allemaal mooi samen in het verslag vanaf de jaarmarkt in Blokzijl. Daarin ging het niet alleen over kraampjes, sfeer en gezelligheid, maar ook over alles wat daarachter zit. Over opbouwen in regen en wind. Over vrijwilligers, sponsoren, verkeersregelaars, ideeën en de wens om dingen niet alleen in stand te houden, maar ook te vernieuwen. Juist dat vond ik sterk in dat gesprek.
Blokzijl leeft niet alleen van traditie, maar ook van mensen die daar telkens opnieuw hun schouders onder zetten. Mensen die nadenken over wat behouden moet blijven, maar ook over wat beter, leuker of eigentijdser kan. Een interactieve speelkraam hier, een vernieuwd magazine daar, en ondertussen alweer voorzichtig nadenken over volgende edities en nieuwe plannen. Dat maakt zo’n gesprek meer dan een gezellig live-verslag vanaf een markt.
Het laat horen hoe een dorp of stadje alleen bruisend blijft wanneer er mensen zijn die de moeite nemen om iets te organiseren. Niet omdat het moet, maar omdat ze willen dat er iets gebeurt.
En misschien maakte juist dat laatste onderdeel deze uitzending extra mooi. Omdat je daar als verslaggever niet alleen over vertelde, maar er zelf ook middenin stond.
Meedoen houdt alles in beweging
Terugkijkend bleef bij mij vooral deze gedachte hangen: een gemeenschap draait niet op gebouwen, regels of goede bedoelingen alleen. Ze draait op mensen. Op mensen die na een moeilijke periode toch iets voor een ander willen betekenen. Op mensen die kunst maken en daarmee een andere blik openen. Op mensen die vrijwilligerswerk mogelijk maken. En op mensen die een markt, een traditie of een heel dorp levendig houden.
Wat deze Kopwijzer-uitzending liet horen, is dat samenleven uiteindelijk vooral een werkwoord is. Je kunt toekijken. Je kunt afwachten. Maar alles wordt mooier wanneer er mensen zijn die opstaan en zeggen: laat mij dit maar doen, wij pakken dit wel op.
Misschien is dát wel de mooiste conclusie van deze zaterdag. Niet dat er veel gebeurt in onze streek, maar dat er steeds weer mensen zijn die ervoor zorgen dát er iets gebeurt.
Bron: Streekomroep De Werven