Steenwijkerlandse wethouders in Den Haag voor randweg Ossenzijl
De wethouders Melvin Smit en Miriam Slomp-Dekkers brachten op 28 januari 2026 een werkbezoek aan Den Haag. Tijdens dit bezoek spraken zij met Tweede Kamerleden Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Renate den Hollander (VVD), Maarten Goudzwaard (JA21) en Robert van Asten (D66). Deze Kamerleden zijn namens hun partij verantwoordelijk voor de portefeuilles Infrastructuur en Waterstaat en Ruimtelijke Ordening. Aanleiding voor het bezoek was het pleidooi voor een Rijksfonds voor lokale infrastructurele investeringen met een brede regionale impact. Een dergelijk fonds is volgens de gemeente noodzakelijk om de leefbaarheids- en verkeersproblemen in Ossenzijl structureel aan te pakken. ‘Het is goed om regelmatig je gezicht te laten zien in Den Haag’, concludeert wethouder Miriam Slomp-Dekkers. ‘De Kamerleden die we gesproken hebben stonden open voor ons verhaal en toonden begrip voor de problematiek waarmee we als lokale overheden te maken hebben.’
Lokale infrastructurele knelpunten met een regionale impact, zoals Ossenzijl, vallen momenteel tussen wal en schip: te klein voor Rijksfinanciering en te groot voor gemeenten om zelfstandig te dragen. Tijdens het bezoek trokken de wethouders gezamenlijk op met de gemeenten Bernheze (Noord-Brabant) en Het Hogeland (Groningen). Deze gemeenten kampen met vergelijkbare verkeersknelpunten en zijn eveneens gebaat bij een Rijksfonds.
Open oor van de Kamerleden
De Kamerleden toonden begrip en herkenning voor de geschetste problematiek in de regio’s. Zij erkenden dat het huidige Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vooral gericht is op nationale knelpunten en weinig ruimte laat voor lokale knelpunten met een regionale impact. Het MIRT omvat alle rijksprojecten en -programma’s om de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland te bevorderen.
De wethouders benadrukten vooral dat relatief kleine bijdragen vanuit een Rijksfonds zowel lokaal als regionaal grote effecten kunnen hebben, onder meer op het gebied van leefbaarheid, verkeersveiligheid, gezondheid, toerisme en economische ontwikkeling. De Kamerleden stonden open voor aanvullende informatie over het Rijksfonds en Ossenzijl als input richting toekomstige commissievergaderingen. Ook gaven zij aan open te staan voor een werkbezoek aan Ossenzijl. De gemeente Steenwijkerland ziet de gesprekken dan ook als een belangrijke vervolgstap om de gewenste randweg in Ossenzijl te kunnen realiseren. In de komende periode blijven de wethouders in contact met de Kamerleden.
Ossenzijl als regionaal vliegwiel
Ossenzijl in de Kop van Overijssel kampt als belangrijk weg- en waterverkeersknooppunt met ernstige bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblematiek. Jaarlijks passeren ongeveer 1 miljoen forenzen, toeristen en agrariërs de smalle Hoofdstraat. Daarnaast passeren jaarlijks 20.000 boten door de Ossenzijlersloot, een belangrijke vaarverbinding tussen de Overijsselse Delta en De Friese Meren. In het vaarseizoen staat de brug in de Hoofdstraat tot wel 40 minuten per uur open. Dit leidt tot verkeersopstoppingen, onwenselijke verkeerssituaties en een verslechterde luchtkwaliteit.
Een randweg wordt gezien als dé duurzame en toekomstbestendige oplossing voor de problematiek in Ossenzijl. De randweg komt zowel de lokale als regionale leefbaarheid, verkeersdoorstroming, het toerisme als de ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling ten goede. Door de randweg kan Ossenzijl, via weg en water, een economisch vliegwiel worden voor de regio.
De gemeente Steenwijkerland heeft 5 miljoen euro gereserveerd voor de beoogde randweg. Voor realisatie is nog ongeveer 30 miljoen euro nodig. Een bijdrage van het Rijk via een speciaal Rijksfonds wordt daarbij als cruciaal beschouwd.