Stikstofplannen: stal boer Harrald komt zeven meter te dichtbij
Zeven meter te dichtbij. Melkveehouder Harrald Helmers uit Giethoorn boert op 493 meter van De Wieden en valt daarmee net binnen de voorgestelde bufferzone van 500 meter. En hij is niet de enige, al gloort vanuit de provincie een mogelijke uitweg.
Het Nationaal Park Weerribben-Wieden is voor de agrariërs in Steenwijkerland een vloek en een zegen tegelijk. Het bijzondere natuurgebied is een visitekaartje voor de streek, maar de voorgestelde bufferzone van 500 meter rond het natuurpark kan voor tientallen boerenbedrijven grote gevolgen hebben. Toch gaan de hakken niet in het zand.
7 meter

Harrald is melkveehouder in Giethoorn en boert met zijn bedrijf op 493 meter van De Wieden. Zeven meter te dichtbij dus. Toen het ministerie hem een paar weken geleden benaderde met de vraag of minister Van Essen kon langskomen, twijfelde hij geen seconde, want zo kon hij direct het heikele punt bespreken.
“Ik zei: als het om de uitstootlocatie gaat, dan vraag ik morgen dertig meter extra stalruimte aan”, vertelt Harrald met een lach. Ook de minister moest er om lachen. “Hij gaf aan dat juist voor dit soort situaties maatwerk bedacht is. Het kan eigenlijk niet zo zijn dat je op hetzelfde gemaal afwatert als je achterbuurman, maar dat hij wel verder kan en jij niet. Daar put ik nog wel hoop uit. Want als je binnen zo’n zone valt, dan kun je de sleutel eigenlijk wel inleveren.”
Het zijn ingrijpende plannen vanuit Den Haag. Ongeveer 42 tot 46 procent stikstofreductie, minder dan 2,6 grootvee-eenheden (bijvoorbeeld een koe; red.) per hectare en binnen bufferzones rond natuurgebieden loopt de vereiste stikstofreductie op tot ongeveer 65 procent. Het zijn daarnaast plannen die verder reiken dan alleen stikstof.
Voor Harrald maakt het dus een wereld van verschil of zijn bedrijf straks net binnen of buiten de zone valt. “Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe je 65 procent reductie in de praktijk moet realiseren, dus ik hoop echt dat maatwerk een oplossing gaat bieden”, zegt Harrald aan de keukentafel.
Omzeilen
Een belangrijke plek als we Klaas de Lange moeten geloven. Hij is naast boer in het gehucht Nederland, net achter Blokzijl, ook Statenlid (CDA) in Overijssel met onder andere stikstof als onderdeel van zijn portefeuille. Hij heeft hoop de bufferzones vanuit de provincie te omzeilen.
“De wind komt meestal uit het zuidwesten. Een bedrijf aan de oostkant van de Weerribben-Wieden kan dan nauwelijks invloed hebben op het gebied”, vertelt Klaas aan de hand van het rekenmodel Aerius. “Als je dat goed analyseert, zie je welke bronnen daadwerkelijk invloed hebben op een natuurgebied. Daarom zeg ik: geen generieke zone, maar kijk naar de daadwerkelijke bijdrage.”

Gebiedsgerichte aanpak
Een standpunt waar de provincie volgens het Statenlid mee aan de slag gaat en waarvoor keukentafelgesprekken essentieel zijn. “Ga naar de plekken waar de grootste bijdrage vandaan komt en richt daar je maatregelen op. Ga met die mensen aan de keukentafel zitten en vraag: hoe wil jij de komende tien jaar verder met je bedrijf? Wil je groeien? Dan moet je eerlijk zijn: misschien kan dat niet op die plek. Maar zegt iemand: ik wil extensiveren, ik wil investeren in een nieuwe stal of mijn bedrijfsvoering aanpassen? Dan moet je kijken wat daarvoor nodig is.”
De boodschap vanuit het Rijk richting provincies is duidelijk: jullie zitten dicht bij de gebieden, jullie kennen de mensen en jullie kennen de situatie. “In Overijssel willen wij die handschoen oppakken. Je kunt als provincie vóór 1 januari 2028 een plan maken waarmee je kunt aantonen: hiermee halen wij dezelfde doelen als met de landelijke aanpak. Als dat voldoende effect heeft, kun je gebruikmaken van het omwisselbesluit. Dan hoef je niet de landelijke generieke maatregelen uit te voeren, maar kun je met een eigen gebiedsgerichte aanpak hetzelfde resultaat bereiken.”
Kaalslag in Steenwijkerland
Hoopgevende teksten, maar wel een pad waar Marcel Leeuw, voorzitter van LTO Steenwijkerland, nog de nodige haken en ogen aan ziet. “Het is op zich een mooi verhaal”, begint hij, “maar 2028 als deadline is relatief snel om alles te onderbouwen en gebiedsgericht beleid te maken. Ik vraag me af of de provincie daar de capaciteit voor heeft.”
Al hoopt Marcel dat zeker wel, want het huidige beleid noemt hij dramatisch. “We hebben het over reducties die je niet meer alleen met managementmaatregelen gaat halen. Dan blijven eigenlijk twee opties over: koeien wegdoen of technische maatregelen nemen, zoals luchtwassers op stallen. Een luchtwasser is vanaf 150 koeien misschien nog te doen, maar de kleinere bedrijven kunnen zo’n investering simpelweg niet betalen.”
Met zijn zeventig koeien valt hijzelf ook in die categorie. “Ik kan die investering niet doen. Het alternatief is fosfaatrechten bijkopen. Maar als ik voor de benodigde reductie fosfaatrechten moet aankopen, praat je al snel over een investering van ongeveer vier ton. Dat gaat hem ook niet worden. Dus ik zie een grote kaalslag ontstaan onder de kleinere bedrijven in Steenwijkerland.” Een exact getal wil Marcel er niet op plakken, maar wethouder Tilko Gernaat sprak eerder over ongeveer zestig melkveehouders.

Voorbeeldbedrijf
Voor het extensieve en biologische boerenbedrijf van de familie De Lange is dat geen probleem. “Wij zijn het type bedrijf waarvan veel mensen zeggen ‘dit past rondom Natura 2000-gebieden’.” Dat zit hem bijvoorbeeld in de hoeveelheid grond die het bedrijf heeft, waardoor hij met ongeveer één koe per hectare werkt. “Maar extensief boeren is een uitdaging. De grond is schaars en duur. Wij werken daarom ook samen en we hebben het geluk dat dat kan. Met organisaties zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten en bijvoorbeeld bij het pachten van grond.”
Daar zitten echter wel doelstellingen aan vast, zoals de vuurvlinder die Staatsbosbeheer wil versterken. Dan moet je als bedrijf meebewegen. Klaas: “Soms moet er iets blijven staan of moet je verder van het water afblijven. Dat soort zaken.” Het is financieel gezien misschien niet altijd de beste keuze, weet Klaas. “Maar als je op zo’n plek wilt blijven boeren, moet je ook een manier kiezen die past bij de omgeving. Dat staat voor mij ook los van de bredere stikstofdiscussie. Er zijn namelijk heel veel collega’s die niets verkeerd hebben gedaan. Zij hebben in het verleden andere keuzes gemaakt en zitten nu ineens in een situatie, waarin ze invloed zouden hebben op een Natura 2000-gebied. Soms lijkt het alsof iedere boer automatisch een grote impact heeft op natuurgebieden, maar zo werkt het niet.”
Systeem afgeschoten
Een voorbeeld van zo’n keuze zie je terug bij boer Harrald, die met zijn 150 melkkoeien en bijbehorend jongvee op tachtig hectare boert. Daarmee zit hij al onder de 2,6 koe per hectare. Daarnaast werkt hij redelijk circulair en hoeft hij slechts een klein deel van zijn mest af te voeren. Emissiereductie is volgens hem dus zeker mogelijk.
“Alleen zijn er op dit moment nog maar weinig technieken die daadwerkelijk zijn goedgekeurd. Wij hebben onze nieuwe stal bijvoorbeeld gebouwd met een emissiearme vloer. Daarmee ging onze stikstofuitstoot fors omlaag, maar alle emissiearme vloeren zijn bij de rechter onderuitgegaan (omdat ze toch minder goed bleken te werken, red.). Prima als zo’n systeem later wordt aangevochten en uiteindelijk wordt afgeschoten. Maar ik vind niet dat je dan tegen de boeren die erin geïnvesteerd hebben kunt zeggen: ‘jammer, je hebt pech gehad’.”
Rendabel
Daardoor telt de reductie die op de boerderij van Harrald werd behaald niet meer mee. Verdere maatregelen heeft hij nog niet genomen. Hij ziet vooral problemen in de mogelijkheden om nog verder te reduceren. Technieken zoals luchtwassers, emissieafzuiging of mestvergisting kunnen volgens hem veel effect hebben, maar zijn vaak nog niet goedgekeurd of lopen vast in vergunningprocedures. Tegelijkertijd vragen zulke investeringen om flinke bedragen, terwijl daar bijvoorbeeld geen hogere melkprijs tegenover staat.
“Ik wil best weer investeren en ik wil best emissies reduceren. Ik denk dat dat ook hoort bij een moderne boer. Maar als je opnieuw een forse investering moet doen, dan wil je wel de zekerheid hebben dat het een keer voldoende is. Dat je daarna ook gewoon door kunt en een rendabele bedrijfsvoering kunt houden.”

Juist eerlijkheid en betrouwbaarheid zijn volgens de farmvlogger belangrijke onderdelen. “Er is hier een paar jaar geleden ongeveer 2.000 hectare teruggegeven aan de natuur. Daarbij is ook de afspraak gemaakt dat eventuele bufferzones aan de binnenkant van het natuurgebied zouden komen en niet aan de landbouwkant. Iedereen heeft daar zijn handtekening onder gezet. Volgens mij is die hele herverkaveling nog maar een paar weken geleden officieel afgerond en vervolgens komt er een brief met de bufferzone aan de landbouwkant.”
Positieve energie
Tijd, geld en maatwerk. Dat zijn woorden die alle drie de boeren veel noemen. “Je moet niet zeggen: iedereen moet helemaal dezelfde kant op. Je moet kijken welke oplossingen passen bij welk bedrijf en welk gebied”, meent Klaas dan ook. “De overheid heeft daar ook een verantwoordelijkheid in. Als je als Rijk wilt dat boeren rondom Natura 2000-gebieden extensief boeren, moet je daar ook een verdienmodel tegenover zetten. Een boer kan bijvoorbeeld natuurbeheer uitvoeren op een manier die goedkoper is dan wanneer een natuurorganisatie dat volledig zelf zou moeten doen. Als je dat niet regelt, plaats je veel boeren in een sterfhuisconstructie.” De beschikbare 20 miljard is volgens alle drie de boeren dan ook lang niet genoeg.
Een goed model en kader ontbrak bijvoorbeeld in het koploperproject in de Baarlingerpolder, waarbij Klaas als boer ook betrokken was. “De overheid vraagt veel van boeren in dit soort gebieden, maar tegelijkertijd moeten provincie en Rijk ook veranderen om nieuwe vormen van landbouw mogelijk te maken. Nu zie je dat veel projecten vastlopen, omdat de regelgeving nog niet aansluit bij de nieuwe manier van werken. Het hoeft dus echt niet altijd te betekenen dat er geld tegenover moet staan.”
In het gesprek met Klaas wordt duidelijk hoeveel energie en hart hij voor de zaak heeft. Allerlei ideeën en mogelijkheden passeren de revue. “Ik hoop vooral dat boeren niet achterover gaan zitten en wachten tot het beleid over hen heen komt. Gebruik je energie voor oplossingen. Er is ontzettend veel chagrijn in de sector en ik begrijp waar dat vandaan komt. Toch moeten we vooruit.”

Geen hakken in het zand
Maar, zo bepleit Marcel, die 500-meterzone moet er dan wel vanaf. “Ik denk dat die landelijke opgave van reductie op zichzelf grotendeels haalbaar is. Wij kunnen als boeren in een gebied ook van alles bedenken en aandragen, maar uiteindelijk moet daar wel iets tegenover staan. Want de melkprijs stijgt niet mee, terwijl de kosten wel hoger worden. En dan komen er ook nog allerlei doelstellingen, waar opnieuw investeringen voor nodig zijn. Je moet ook richting de toekomst een bepaalde schaal en omvang hebben om verder te kunnen”, besluit de voorzitter van LTO Steenwijkerland, die zich toch vooral grote zorgen maakt en ook voor soepelere vergunningverlening pleit.
Harrald is ook kritisch, maar is zeker niet van plan om met de trekker naar Den Haag af te reizen. “Dat er eindelijk een brief lag, daar hebben we met z’n allen best lang op moeten wachten. Het begin is er in ieder geval. Je hebt nu iets waarop je kunt reageren en in goed overleg kunnen we een heleboel bereiken. Maar als je echt iets wilt bereiken, moet je met alle partijen om tafel. Iedere keer werd er wat over de schutting gegooid, de hakken gingen in het zand en uiteindelijk gebeurde er niets. Nu moeten we kijken wat er wél kan. En als overheid moet je misschien wat vaker een stap opzij doen en je afvragen: hoe kunnen we het faciliteren?”
Als dat lukt, komt voor Harrald misschien wel zijn droom uit. “We hebben jonge kinderen. Als een van hen het later leuk zou vinden om het bedrijf over te nemen, zou ik me zeer vereerd voelen. Daar ga ik alles voor doen.”
Bron: Streekomroep De Werven